

Uitzicht
Uit het raam,
De trein rijdt een gele streep
De zwaan met één poot gaat langzaam te water
De vogel klapwiekt naar de berk
Geen die door heeft dat hij bespied wordt
Ik geniet, ik ben uitzicht
De trekker, de wind, het getjilp van de vogels
Het knorren van mijn maag
Het geluid van de voortschrijdende pen
Het is stil in mij
Ik doe niets
Ik luister naar mijn kippenvel.